herbouw recreatiehuisje Coudewater
Wat te doen als alleen bakstenen muren zijn overgebleven.
Aan de rand van landgoed Coudewater bij Rosmalen stond een klein recreatiehuisje, onderdeel van het omringende zorglandschap. In 2022 werd het grotendeels door brand verwoest en leek het verhaal voorbij. Toch gaat dit verhaal nu verder: eigenaar Brabants Landschap koos voor herbouw en restauratie en gedurende de planvorming werd het voornemen om dit object aan te wijzen als gemeentelijk monument alsnog doorgezet.
Opdrachtgever: Brabants Landschap
Status: Gemeentelijke monument
Bouwhistorie / object: Ondersteunend gebouw voor sportveld en zwemvijver, onderdeel van landgoed Coudewater opgericht in 1937.
Oorspronkelijke architect: D.J. Grutterink uit Apeldoorn
Was herbouw van het pand wel de logische keuze, nadat het vrijwel geheel was verwoest?
Dat is precies de vraag waar we mee begonnen zijn. Na zo’n brand was er weinig meer over dan bakstenen gevels en een verhaal. Maar wat overeind bleef, was genoeg om te zien wat het gebouw ooit was: een unieke functie met innige relatie met het aangelegde landschap, en daarmee haar rol in de geschiedenis van GGZ-instelling Coudewater. Brabants Landschap, eigenaar van deze bosstrook, wilde dat verhaal niet laten verdwijnen, als organisatie hebben zijn naast hun primaire focus op natuur en landschapsbehoud ook een sterke visie op behoud van cultureel erfgoed in hun landschappen.
Maar dit was geen monument?
Kort voor de brand was het pand al geïnventariseerd door erfgoed ’s-Hertogenbosch, met als doelstelling het pand aan te wijzen als gemeentelijk monument. De afleesbare tijdperiode waarin het gebouwd is en het zeer specifieke en unieke gebruik als dagbesteding waren hier belangrijke aanleidingen toe. De relatie tussen het gebouw en de gelijktijdig aangelegde zwemvijver en het sportveld versterken deze cultuurhistorische waarden.
Wat betekent dat voor de manier van werken?
Monumentenzorg gaat normaal gesproken over wat er (nog) is: je onderzoekt op technische staat en cultuurhistorische waarde en bepaalt wat en hoe de essentiële onderdelen te handhaven. Hier moesten we dat doen voor iets dat grotendeels verdwenen was. Vanwege de gaafheid van de situatie en de cultuurhistorische waarden die verweven zijn met het historische gebruik is gekozen om het exterieur te reconstrueren; materialen, bouwmethoden en detaillering van de oorspronkelijke bouwtijd zijn ingezet om zo de historische relatie tussen sportveld, zwemvijver en recreatiehuisje leesbaar te maken.
Maar dit betekent dat je reconstrueert op basis van foto’s, bouwtekeningen en de beperkte sporen die de brand had overgelaten. Dat vraagt om nauwkeurig onderzoek en interpretatie om het exterieur te herstellen.
"In dit project heeft Huib zich laten zien als een architect met een zeldzame combinatie van drie eigenschappen die zelden samen voorkomen. Een zorgvuldig cultuurhistorisch bewustzijn, gedegen bouwkundige kennis én een eigentijdse architectonische handtekening"
Bouwcoördinator Brabants Landschap
Het interieur volgt een heel ander verhaal?
Het exterieur is een reconstructie en het interieur is eigentijds. Dat onderscheid was voor ons het uitgangspunt: buiten toon je respect voor wat er was, binnen geeft de beperkte aanwezigheid van historische materiaal de ruimte voor iets nieuws.
Het pand krijgt opnieuw een zorgfunctie, waarbij ook in gebruik het een voortzetting is van waar Coudewater al sinds de negentiende eeuw om draait. Die functie vraagt om een interieur dat aansluit bij hedendaags gebruik, met voldoende daglicht, flexibele indeling en een comfortniveau dat daarbij past. Zo blijft de buitenkant een herkenbaar stukje geschiedenis, terwijl het gebouw vanbinnen weer werkt voor de mensen die het gaan gebruiken.
Dat betekent niet dat het interieur op zichzelf staat. Analyse van de aard en kwaliteit van het oorspronkelijke gebouw hebben de nieuwe indeling en afwerking gestuurd om maximaal aan te blijven sluiten bij het omringende landschap.
Wat gebeurt er dan op de plek waar interieur en exterieur elkaar raken?
Dit zijn de meest boeiende plekken van zo’n duale strategie. Moderne populieren lambrisering maakt het bijvoorbeeld mogelijk in de oude gevelopeningen te gaan zitten, maar nog interessanter is de zuidgevel. Voormalige kleedruimtes, met karakteristieke deuren zijn daar gereconstrueerd, met direct daarachter een nieuwe glazen pui. Het openen van de kleedruimtedeuren geeft een nieuw uitzicht op het landschap en verschaft extra daglicht.
En zo is de cirkel rond, het erfgoed is hersteld, (historische) zorgfunctie gaat door op deze plek en er is een verbeterde integratie in het Brabants Landschap.
Dit project is een samenwerking tussen:
architectenbureau Huib Koman
Brabants Landschap
afdeling erfgoed gemeente ‘s-Hertogenbosch
Krekon raadgevend ingenieurs
Boink Project en Energiemanagment BV
De Visser Bouw en Onderhoud
Timmerfabriek J. van der Plas
Steenbakkerij Zilverschoon Randwijk
Dit project is mede mogelijk gemaakt door:
Subsidieregeling duurzaam maatschappelijk vastgoed (DUMAVA)
restauratiesubsidie gemeentelijke monumenten – ‘s-Hertogenbosch
