De ontwikkeling van restauratie: van Riegl tot het Charter van Venetië

Gebruik en weersinvloeden zorgen voor slijtage in gebouw. Gebrek aan onderhoud zorgt voor een noodzaak tot restauratie, maar wat moet behouden blijven?

De ontwikkeling van restauratie: van Riegl tot het Charter van Venetië

Het onderhouden, repareren en restaureren van ons erfgoed is een delicate bezigheid die zich continue afspeelt in een spanningsveld tussen handhaven en vernieuwen. Dat spanningsveld is ruim honderd jaar geleden verkend door Alois Riegl (Oostenrijk, 1858-1905) en beschreven in The modern Cult of Monuments: its Character and Origin (1903).

 

Kunsthistoricus Alois Riegl stelt dat de waardering van gebouwen veelzijdig is. In eerste instantie is er een tegenwoordigheidswaarde. Deze waardering ontstaat in het moment en is dus afhankelijke van de tijdsgeest. Hierin schuilt zowel de praktische waarde of anders gezegd de bruikbaarheidswaarde van het gebouw. Ook ligt hierin de kunstzinnige waardering van het gebouw, gezien vanuit de context van de huidige tijd en het huidige kennisniveau (is het gebouw in de mode).

 

Naast de tegenwoordigheidswaarde is er de erfgoedwaarde of herinneringswaarde die tweeledig is opgebouwd uit de intentionele waarde en de niet-intentionele waarde.

 

De intentionele waarde ligt in de kwaliteiten van het bouwwerk zoals het is bedoeld. Daarmee grijpt deze waardering altijd terug op een oorspronkelijke staat van het betreffende gebouw. Latere wijzigingen, degradatie en reparaties zijn per definitie een afbreuk aan intentionele waarde of kwaliteit van het erfgoed. We voeren bij deze waardering terug op de intentie van de oorspronkelijke makers. Tegenwoordig gebruik we veelal de term gaafheid voor deze waarde.

 

Naast intentionele waarde is er ook sprake van niet-intentionele waarde. Deze waardering ontstaat niet als gevolg van doelbewuste ingrepen, maar zijn veelal het gevolg van de tijd of de geschiedenis. Deze waarde is zichtbaar in de gevolgen van aanpassingen, reparaties, degradaties en veranderingen aan gebouw en context. Tegenwaardig gebruiken we veelal de term gelaagdheid voor deze niet-intentionele waarde. Deze waardering komt tot stand in het hedendaags perspectief door onderzoek en is dus afhankelijk van interpretaties.

 

Naast de interpretatie van de niet-intentionele waarden in het gebouw zijn er ook waarden die geen interpretatie of voorkennis nodig hebben. Het gaat over ouderdomswaarde. Het is de waarde die ontstaat doordat tijd zich aftekent op het gebouw, het materiaal, het ontstaan van een patina, een aangebrachte markering van een ambachtsman. Deze waarde zijn direct zichtbaar en over het algemeen vergroot deze waarde zich bij een hogere leeftijd van het gebouw.

 

Wat opvalt is dat in de geschiedenis van eind negentiende eeuw tot nu de waardering van ons erfgoed is verschoven van intentionele waardering naar niet-intentionele waardering. Het begrip van de gelaagdheid van geschiedenis en cultuurhistorische waarde is een gevolg van deze eerste definities door Alois Riegl en de wijze waarop zijn inzichten verder zijn gerijpt, en uiteindelijk uitgewerkt en vertegenwoordigd in het Charter van Venetië uit 1964, welke één van de fundamenten is van onze moderne monumentenzorg.

foto van Alois Riegl uit ca 1890. bron: Wikipedia
Gebruik en weersinvloeden zorgen voor slijtage in gebouw. Gebrek aan onderhoud zorgt voor een noodzaak tot restauratie, maar wat moet behouden blijven?